Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
is bij ontwerpen de vorm ondergeschikt aan de inhoud of is ontwerpen net die vorm die primeerd, of is dat dan vormgeven wanneer de inhoud ondergeschikt is aan de vorm…
is iedereen de vormgever of ontwerper, zowiezo
grafisch ontwerp is steeds een afspiegeling geweest van verschillende sociale en maatschappelijke denkbeeld. een beeldentaal met een grote invloed.
In belgie is het ontwerpen meer gericht op de mooie vorm omdat er geld moet worden verdiend met het ontwerp. (ontwerpen in functie van) in nederland worden ontwerpers vaak gesteund vanuit de overheid. dit veranderd de kijk op grafisch ontwerp ook.
waarom kiest een ontwerper dat. waarom ontwerpt hij zo. ontwerpen zal nog een hele tijd enkel domein zijn van de creatieve geest. vormgeven kan mss vervangen worden, mss door een computerbrein.
iedereen grafisch vormgever dan , maar niet grafisch ontwerper
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
“Betekent ‘ontwerpen’ dan enkel keuzes maken? Eén vraag = één antwoord?
Of is ontwerpen ook een attitude die de ontwerper toelaat -in welke omstandigheid ook- een traject op te bouwen waaruit een persoonlijk
en onderbouwd resultaat ontstaat. Procesmatig ontwerpen dus. Toch lijkt het ontwerp- en kunstonderwijs nog vaak te steunen op de
‘romantische gedachte’, waarbij de ontwerper als een soort toegepaste kunstenaar de opdracht vanuit zijn/haar persoonlijke verbeelding
vertaalt naar een algemeen esthetisch aanvaard resultaat of product. Dit autonome aspect is absoluut waardevol en erg belangrijk.
Maar de ontwerpvragen waarmee huidige en toekomstige ontwerpers worden geconfronteerd, zijn niet louter esthetisch van aard.
Het gekke is dat terwijl de ontwerper over meer autonomie beschikt, hij/zij ook meer wordt gestuurd door strategie, marketing en technologie.
Dit fenomeen heeft een meervoudig effect. Het biedt enerzijds meer ruimte voor nieuwe ontwikkelingen maar het kan anderzijds
de ontwerper ook in een louter uitvoerende rol dwingen. Dit is een bizar gegeven. Want ‘ontwerpen’ is iets totaal anders dan ‘vorm geven’.Het Engelse woord ‘design’ dekt beide en wellicht komt vandaar de verwarring. Ontwerponderzoek is hier echter de onderscheidende factor.Ontwerponderzoek plaatst de ontwerper in het midden van het denk- en ontwikkelingsproces en maakt bijgevolg ook van hem/haar
een onderzoeker. Maar willen jonge ontwerpers dit wel? Misschien willen ze zich gewoon laten sturen door de briefing en kiezen ze voor de
gemakkelijkste weg: snel geld verdienen zonder te veel mentale inspanning? Of durven ze als ‘onderzoekers’ de briefing in vraag te stellen?
Met oplossingen tot gevolg die inventiever, relevanter en dus interessanter kunnen zijn
. Dit alles vergt echter een betere synergie tussen‘generalisten’ en ‘specialisten’. Over de beperking van de opdracht heen. Want het denken op korte termijn beheerst immers onze economie
op een haast verlammende wijze. Dient een ‘academische’ opleiding hier aan tegemoet te treden? M.a.w. dient een opleiding de markt
te bedienen door specialisten op maat af te leveren? Er zijn immers ook mensen nodig met een brede of andere kijk op de dingen. Je zou ze
generalisten kunnen noemen. Een academische opleiding heeft wellicht de taak om -tot op een bepaalde hoogte- beide (lees generalisme
en specialisme) te verenigen zodat de ‘grafi sch ontwerper’ in spe in staat blijkt te zijn om als een creatieve denker en als organisator oplossingen aan te bieden.”
Hugo Puttaert
Brussel, september 2007
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
ARIE ALTENA
In the Bubble
Ooit zei Joseph Beuys dat we allemaal kunstenaars zijn. John Thackara besluit zijn recentste boek In the Bubble met de opmerking dat wij allemaal ontwerpers zijn. Ontwerpen, aldus Thackara, is niet langer een vak dat slechts door enkele professonials wordt beheerst, een vak waarin het gaat om het maken van mooie, goed werkende objecten. De tijd van de ‘celebrity solo designer’ is voorbij. We leven in een complexe tijd, een tijd waarin innovatie vooral plaatsvindt dankzij samenwerking (Thackara refereert bijvoorbeeld aan open source software-ontwikkeling). De celebrity-ontwerper heeft plaatsgemaakt voor een ‘facilitator of change. Ontwerpen in een complexe wereld is een proces dat nooit ophoudt en waar iedereen een onderdeel van is. Ontwerpen is een dagelijkse, menselijke activiteit: het ordenen van een handeling met het oog op een verlangd doel. Met andere woorden: iedereen is een ontwerper.
In the Bubble gaat over deze verandering in de wereld van het ontwerpen: een verschuiving van het ontwerpen van objecten, naar het ontwerpen van processen en dynamische oplossingen in een complexe, altijd veranderende wereld.
John Thackara geniet bekendheid als de initiator van Doors Of Perception, een serie internationale conferenties over innovatie en ontwerp. Doors of Perception is gehuisvest in Amsterdam en sinds enige jaren ook in Bangalore. De blik staat gericht op Azië, niet zozeer als het gebied van de toekomstige economische reuzen, maar vooral vanwege de rijkdom van de Aziatische tradities, en de ontwerp-oplossingen waartoe de situatie in landen als India uitdaagt. Enerzijds hoogtechnologisch anderzijds straatarm ontstaan er juist daar interessante koppelingen tussen nieuwe technologie, lokale cultuur en lokale omstandigheden. Zulke ontwerpen hebben Thackara’s interesse.
Het lijkt soms alsof technologie de mens aan alle kanten voorbijstreeft. Wat moeten we met processors in kleren, smart objects, ambient intelligence? Dat vraagt ook Thackara zich af. Geïmplementeerd als gadgets hebben ze geen waarde, niet in India, maar evenmin in het Westen. Thackara’s wet luidt: ‘If you put smart technology into a pointless product, the result will be a stupid product’. (p. 187)
De fout ligt volgens Thackara niet bij de technologie als zodanig. Wel bij slecht ontwerp. Technologie kan juist helpen bij het aanpakken van de problemen waarvoor we ons gesteld zien. Maar ontwerpen waarbij het dagelijks leven van mensen, in samenhang met hun milieu niet centraal staan, zijn gedoemd te mislukken. Thackara bezit een aanstekelijk geloof in de mogelijkheden van ontwerp (dat wil zeggen, van het soort ontwerp waarvan hij de contouren schetst). Volgens hem moeten we vanuit het ontwerpen denken om fundamentele vragen te stellen over de verdere ontwikkeling van de samenleving, de sociale omgang, en het milieu.
De uitdaging is niet gering. Thackara schetst in de eerste hoofdstukken de ’sorry state’ van onze wereld: de schade die steden, onze omgang met het milieu, de continue acceleratie van het leven, de mobiliteit en marketing aanrichten, ze is enorm en angstaanjagend. Deze uitdaging kan niet worden aangegaan door nieuwe technologische snufjes te bedenken. We leven in een ’space of flows’, aldus Thackara, die daarmee aansluit bij de visie van de Catalaanse socioloog Manuel Castells, en dit samenstel van complexe met elkaar interacterende systemen moeten we herontwerpen met het oog op een betere toekomst. Het gedrag van zulke complexe systemen is niet voorspelbaar is. Maar, zo stelt de immer optimistische Thackara: omdat we langzaam beginnen te begrijpen hoe zulke systemen zich ontwikkelen, is het mogelijk. En vele kleine stappen kunnen uiteindelijk het systeem in een andere balans duwen.
In the Bubble gaat niet over de toekomst en niet over het nieuwe. Het gaat over het nu en over sustainable design. De tien hoofdstukken van In the Bubble, met titels als Lightness, Speed, Mobility, locality, Situation, Conviviality, Learning, Literacy, Smartness en Flow, zijn opgebouwd rond een stortvloed aan voorbeelden die Thackara ontleent aan zijn eigen ervaring, aan theorie, aan gesprekken en bezoeken aan ontwerpbureau’s en laboratoria. Het gaat concreet bijvoorbeeld over de ontwikkeling van de logistiek, het ineenkrimpen van afstanden, de verandering van tijdsbeleving (van event time naar kloktijd naar real time naar quality time), de uitdijende handleidingen (die voor de B-2 Stealth bommenwerper telt meer dan 1 miljoen pagina’s), een autoradio met tientallen sexy features maar zonder aan/uit knop, sensorgestuurde waterkranen op vliegveldtoiletten waardoor handbagage, even op de wastafel gezet kleddernat wordt. Thackara hopt heen en weer tussen grote en kleine verhalen. Soms dreigen de anekdotes te gaan overheersen en verlang je naar meer kritisch-theoretische verdieping, anderzijds maken al die voorbeelden je gevoelig voor het slechte techniek-gerichte ontwerp dat nog steeds een deel van het dagelijks leven infiltreert.
In the Bubble biedt ook een context die relevant is voor de hedendaagse kunst. Precies de verschuiving die Thackara beschrijft, en die hij noodzakelijk vindt voor het ontwerpen, is er een waarop wordt gereflecteerd in procesmatige kunst. Het denken over aspecten van wereld als complexe, onvoorspelbare systemen (een erfenis van de complexity sciences), heeft consequenties voor het denken over ontwerp en voor het denken over kunst.
Thackara intussen verwijst maar zo nu en dan naar kunst. Hij had wellicht in de hedendaagse mediakunst en relational art aanknopingspunten en voorbeelden kunnen vinden voor de interactie tussen dynamisch scenario’s en (gebruikers)participatie. Nu noemt hij in het voorbijgaan bijvoorbeeld het soundscapewerk en -onderzoek van Brian Eno, Murray Schafer en Benjamin Rubin in verband met de gevoeligheid voor geluid, en hij refereert aan Simeon ten Holts Canto Ostinato als een partituur waarvan de uitvoering zich aanpast aan de lokale context (ruimte en tijd). Kunst leert ons volgens Thackara om aandacht te hebben voor fenomenen die onzichtbaar zijn: de onzichtbare krachten die de samenleving vormgeven (een voorbeeld daarvan zou bijvoorbeeld MILK van Esther Polak kunnen zijn waarin de tocht van Letse melk van de koe tot verwerking in Nederland, lijfelijk wordt gevolgd). Bovendien bieden kunstenaars de nodig aesthetic stimulus, ze gooien wilde ideeën in de ring en lokken fris denken uit. Veel ideeën van mediakunstenaars die bezig zijn met thema’s als networking, het lichaam, samenwerking en identiteit in technologische tijden, bieden volgens Thackara inzichten en een spanning die methodische ontwerpvoorstellen vaak node missen. Het blijft echter bij die vaststelling hangen; maar dat is er eentje die voor een deel van het publiek van Thackara waarschijnlijk aanleiding genoeg is om zich eens in die kunst te gaan verdiepen.
In the Bubble is een optimistisch boek, Thackara weet er opgewekt de moed in te houden dankzij het geloof in de verandering en het geloof in de kracht van ontwerp. Het is, aldus Thackara, mogelijk om je een betere wereld voor te stellen, het is mogelijk om betere processen te ontwerpen en zo de wereld een klein beetje te verbeteren. Zelfs in the face of onze destructieve westerse leefstijl.
John Thackara, In the Bubble, Designing in a Complex World, MIT Press, Cambridge Mass, ISBN 0262201577, 29,95
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
In mijn aller eerste idee was het de bedoeling dat ik mezelf als ontwerper ging vervangen, en zo de dood aan de grafisch ontwerper verklaarde. Ik wou door een aantal keuzes van een leek een ontwerp samen stelling (ontwerpen is keuzes maken)
Al snel zag ik dat de opdracht om tegen mijn eigen wil mezelf te vervangen niet het gewenste zou leveren.
Ingedeeld onder: iedereen ontwerper?
kan ik een programma maken dat de mezelf als ontwerper (deels) vervangt





